● In Europa vallen beleggingsfondsen onder de strenge UCITS-regelgeving. Een kernregel hiervan is de diversificatie-eis: een fonds mag niet voor 100% in één enkele asset (zoals goud) belegd zijn. Daarom is een 'Goud ETF' in Europa juridisch onmogelijk.
Om toch puur goud te kunnen volgen, is de Exchange Traded Commodity (ETC) in het leven geroepen. Juridisch gezien is een ETC geen aandeel in een fonds, maar een schuldbewijs (obligatie) van de uitgevende instelling. U leent geld aan de aanbieder, en de waarde van dat schuldbewijs is gekoppeld aan de goudprijs. Dit introduceert in theorie een risico dat bij een aandelenfonds niet bestaat: als de uitgever failliet gaat, bent u uw inleg kwijt, tenzij er een specifiek onderpand is geregeld.
● Om het risico van de ETC-structuur te minimaliseren, maken we onderscheid tussen twee replicatiemethoden. De keuze hierin is bepalend voor de veiligheid van uw vermogen binnen de Veilige Haven Portefeuille.
Bij een fysiek gedekte ETC (Physical Gold) koopt de aanbieder daadwerkelijk goudstaven. Deze worden op naam van de beleggers opgeslagen in een onafhankelijke kluis, vaak in Londen of Zürich. Bekende voorbeelden zijn iShares Physical Gold of Amundi Physical Gold. Mocht de uitgever failliet gaan, dan kunnen schuldeisers geen aanspraak maken op dit goud. Het ligt juridisch afgescheiden.
Bij een synthetische ETF of ETC houdt de aanbieder geen goud aan. In plaats daarvan sluit de uitgever een swap-contract (ruilcontract) af met een tegenpartij, meestal een investeringsbank. De bank belooft het rendement van goud uit te keren. Hier loopt u direct tegenpartijrisico. Als de bank omvalt tijdens een systeemcrisis, is uw 'papieren goud' mogelijk waardeloos. Voor een serieuze goudbelegger is dit mechanisme onnodig risicovol.
Wanneer u niet in de grondstof zelf belegt, maar in een mandje met goudmijnaandelen, gelden de diversificatieregels van UCITS niet als beperking. Omdat het fonds tientallen verschillende bedrijven bevat, mag dit wél een ETF heten. Hier bent u dus gewoon aandeelhouder van een fonds.
De keuze voor de juiste ETF hangt samen met uw risicoprofiel. De VanEck Gold Miners ETF (GDX) richt zich op de grote, gevestigde producenten (Majors) en past binnen de Opportunity Portefeuille. De VanEck Junior Gold Miners ETF (GDXJ) bevat risicovollere exploratiebedrijven en hoort thuis in de Gold Rush Portefeuille. Let op: deze ETF's zijn volatieler dan de goudprijs zelf.
● Goud wordt wereldwijd verhandeld in Amerikaanse dollars. Als u als Europese belegger een ETF goud koopt, heeft u te maken met het valutapaar EUR/USD. Stijgt de goudprijs, maar wordt de dollar tegelijkertijd minder waard ten opzichte van de euro? Dan daalt uw rendement in euro's.
U kunt kiezen voor een 'Currency Hedged' variant. Hierbij dekt de fondsbeheerder het valutarisico af. Dit klinkt veilig, maar brengt hogere kosten (TER) met zich mee en beperkt de diversificatie. Vaak fungeert de dollar namelijk zelf als veilige haven tijdens crises. Voor de lange termijn kiezen veel strategen daarom voor de standaard, niet-afgedekte variant.
De kosten van een ETF of ETC worden uitgedrukt in de Total Expense Ratio (TER). Voor fysiek goud liggen deze kosten doorgaans tussen de 0,12% en 0,25% per jaar. Dit is aanzienlijk lager dan de opslagkosten voor eigen fysiek beheer. Let naast de TER ook op de spread (het verschil tussen bied- en laatprijs) en eventuele transactiekosten van uw broker.
De markt voor grondstoffentrackers is groot, maar de kwaliteitsverschillen zijn aanzienlijk. Controleer in de prospectus (KID) altijd of de tracker fysiek gedekt is en waar het goud ligt opgeslagen. Selecteer vervolgens de ISIN-code die verhandelbaar is op de beurs waar uw broker de laagste tarieven hanteert (vaak Euronext Amsterdam of Xetra). Zo bouwt u efficiënt een positie op in edelmetaal.