Bekijk per categorie

De operationele hefboom (Leverage)

De aantrekkingskracht van mijnbouwaandelen ligt in de hefboomwerking ten opzichte van de onderliggende grondstofprijs. Omdat de productiekosten van een mijn relatief vastliggen, stroomt elke dollar prijsstijging van goud direct door naar de nettowinst.

Een rekenvoorbeeld verduidelijkt dit mechanisme. Stel dat een mijnbedrijf goud produceert tegen totale kosten (All-In Sustaining Costs) van $1.500 per ounce. Bij een goudprijs van $2.000 bedraagt de winstmarge $500. Stijgt de goudprijs met 10% naar $2.200, dan stijgt de winstmarge naar $700. Dit is een winststijging van 40% op basis van een goudprijsstijging van slechts 10%.

Beleggers moeten zich realiseren dat deze hefboom ook in neerwaartse richting werkt. Daalt de goudprijs richting de productiekosten, dan verdampt de winstgevendheid razendsnel. Dit maakt mijnbouwaandelen per definitie volatieler dan de grondstof zelf.

Categorie 1: De Majors (Senior Producers)

De 'Majors' zijn de multinationals van de goudsector. Bedrijven zoals Newmont, Barrick Gold en Agnico Eagle exploiteren meerdere mijnen wereldwijd, hebben een marktkapitalisatie van miljarden en beschikken over bewezen reserves. Deze bedrijven vormen de basis voor de Opportunity portefeuille.

Het primaire doel van beleggen in Majors is stabiliteit en kasstroom. In tegenstelling tot fysiek goud keren deze bedrijven vaak dividend uit. Wanneer de goudprijs hoog is, genereren zij enorme vrije kasstromen die via dividenden of aandeleninkoop terugvloeien naar de aandeelhouder.

Hoewel het risico lager is dan bij kleine miners, blijven Majors gevoelig voor operationele tegenvallers. Een staking in een grote mijn of een overstroming kan de kwartaalcijfers direct drukken. Toch biedt hun geografische spreiding een natuurlijke risicospreiding die kleinere spelers missen.

Categorie 2: Royalty & Streaming bedrijven

Voor beleggers die blootstelling zoeken aan de sector zonder de operationele hoofdpijn, bieden royaltybedrijven zoals Franco-Nevada en Wheaton Precious Metals uitkomst. Dit bedrijfsmodel wordt door analisten vaak als superieur beschouwd en past uitstekend in de Veilige Haven portefeuille.

Royaltybedrijven exploiteren zelf geen mijnen. Zij verstrekken kapitaal aan mijnbouwers om een mijn te bouwen of uit te breiden. In ruil daarvoor ontvangen zij het recht om een percentage van de toekomstige productie te kopen tegen een extreem lage, vaste prijs, of ontvangen zij een percentage van de omzet (NSR). Zij hebben hierdoor geen last van kosteninflatie.

Als de prijs van diesel, staal of personeel stijgt, raakt dit de winstmarge van de mijnwerker, maar niet die van het royaltybedrijf. Hun marges blijven intact. Bovendien profiteren zij gratis mee van exploratiesucces: als de mijnwerker nieuwe goudaders vindt op het terrein, deelt het royaltybedrijf mee in de extra opbrengst zonder extra investering.

Categorie 3: Junior Miners (Exploratie & Development)

Aan de andere kant van het spectrum vinden we de 'Juniors'. Dit zijn vaak kleine bedrijven zonder inkomsten die zoeken naar nieuwe goud- of zilvervoorraden. Vanwege het speculatieve karakter vormen zij het hart van de Gold Rush portefeuille.

Beleggen in Juniors is binair: het is alles of niets. Vindt een bedrijf een grote, economisch winbare goudader, dan kan de aandeelkoers met factor tien of meer vermenigvuldigen (een "tenbagger"). Vindt men niets, of raakt het geld op, dan kan het aandeel naar nul gaan. Dit vereist een stalen zenuwstelsel en strikt risicomanagement.

Een specifieke subgroep zijn de 'Developers'. Zij hebben goud gevonden en zijn bezig met de vergunningen en bouw van de mijn. Dit is de fase waarin de meeste waarde wordt gecreëerd, maar ook waar de meeste projecten stranden door gebrek aan financiering of vergunningsproblemen. Deze fase staat bekend als de Lasson Curve.

Specifieke risico's van de mijnbouwsector

Naast de volatiliteit van de goudprijs, kent de sector specifieke bedrijfsrisico's. Een gedegen analyse van goudmijnaandelen vereist inzicht in de volgende valkuilen:

Kosteninflatie (AISC)

Mijnbouw is energie-intensief. Stijgende olieprijzen en loonkosten jagen de 'All-In Sustaining Costs' (AISC) op. Als de kosten harder stijgen dan de goudprijs, krimpen de marges ondanks een bullmarkt in edelmetalen. Bedrijven met een lage kostenstructuur hebben daarom altijd de voorkeur.

Geopolitiek risico

Goud bevindt zich waar de aarde het heeft neergelegd, vaak in politiek instabiele regio's zoals West-Afrika of delen van Zuid-Amerika. Het risico op nationalisatie, onteigening of drastische belastingverhogingen is reëel. Een mijn in Canada of Australië (Tier-1 jurisdicties) rechtvaardigt daarom een hogere waardering (premie) dan een vergelijkbare mijn in Mali.

Verwatering (Dilution)

Vooral Junior miners hebben geen inkomsten en moeten regelmatig nieuwe aandelen uitgeven om hun boringen te betalen. Dit verwaatert het belang van de zittende aandeelhouder. Zonder een significante vondst wordt uw stukje van de taart steeds kleiner. Controleer altijd de cash burn rate en de kaspositie.

Passief beleggen via ETF's

Wie het risico van individuele aandelen wil vermijden, kiest voor een goudmijn ETF. De VanEck Gold Miners ETF (GDX) volgt de Majors, terwijl de VanEck Junior Gold Miners ETF (GDXJ) zich richt op de kleinere spelers. Hiermee koop je in één keer een mandje van tientallen bedrijven en elimineer je het risico dat één specifiek bedrijf failliet gaat.

Kies uw strategie

De keuze tussen Majors, Juniors of Royalty's hangt volledig af van uw risicotolerantie. Zoekt u dividend en een hefboom op goud? Kijk naar de Majors. Wilt u de inflatie verslaan met minimaal risico? Kies voor Royalty's. Jaagt u op exponentieel rendement? Verdiep u dan in de Juniors. Open een rekening bij een broker die toegang biedt tot de Canadese beurs (TSX), waar de meeste mijnbedrijven noteren, en bouw uw positie stapsgewijs op.