● In de mijnbouwindustrie spreken we over 'Tier-1 assets'. Dit zijn de kroonjuwelen waar elke producent naar zoekt. De definitie is strikt: een mijn die jaarlijks meer dan 500.000 ounces produceert, een levensduur heeft van minimaal 10 jaar en opereert tegen kosten die in de onderste helft van de kostencurve liggen.
Voor beleggers in mijnbouwaandelen zijn dit de cash-cows. Bedrijven die eigenaar zijn van Tier-1 assets (zoals Barrick Gold of Newmont) hebben een stabiele kasstroom die hen in staat stelt dividend uit te keren, zelfs als de goudprijs tijdelijk daalt. Kleine mijnen zijn vaak marginaal en daardoor veel risicovoller.
● Als we kijken naar pure output en schaal, steken er drie locaties met kop en schouders bovenuit. Deze complexen zijn verantwoordelijk voor een significant deel van het wereldwijde aanbod.
Dit is technisch gezien geen enkele mijn, maar een enorm complex van diverse mijnen (o.a. Carlin, Cortez, Turquoise Ridge) in de staat Nevada. Het is een Joint Venture tussen de twee grootste spelers ter wereld: Barrick Gold (61,5%) en Newmont (38,5%). Met een jaarlijkse productie van ruim 3 miljoen ounces is dit veruit het meest productieve goudgebied op aarde. Voor beleggers is dit de 'veilige haven' van de mijnbouw: rijke grond in een politiek stabiele jurisdictie.
Als we kijken naar één enkele open pit (dagbouw), is Muruntau de onbetwiste koning. Deze mijn is meer dan 3 kilometer lang en 600 meter diep. De productie wordt geschat op ruim 2,5 tot 3 miljoen ounces per jaar. De eigenaar is het staatsbedrijf Navoi Mining. Omdat het in handen is van de overheid van Oezbekistan, is directe investering hier niet mogelijk. Het illustreert dat een groot deel van de goudvoorraad buiten het westerse financiële systeem wordt gedolven.
Gelegen op ruim 4.000 meter hoogte in de bergen van Papua, is Grasberg een technisch wereldwonder. Het is een van de grootste koper- en goudmijnen ter wereld, eigendom van het Amerikaanse Freeport-McMoRan en de Indonesische overheid. De goudproductie is hier eigenlijk een 'bijproduct' van koperwinning, wat zorgt voor extreem lage productiekosten voor het goud. De logistieke en politieke uitdagingen in dit gebied zijn echter enorm.
● Geologie trekt zich niets aan van landsgrenzen. Veel van 's werelds rijkste aders liggen in politiek instabiele regio's. Dit is een cruciale factor in je grondstoffen strategie.
Neem bijvoorbeeld de Olimpiada mijn in Rusland. Eigendom van Polyus, bevat deze mijn tientallen miljoenen ounces aan reserves. Door sancties is dit goud echter grotendeels afgesneden van de westerse markt (LBMA). In Afrika is de Kibali mijn (Congo) een gigant, maar de operationele risico's in de DRC zorgen ervoor dat het aandeel van de eigenaar (Barrick) vaak met een korting wordt verhandeld ten opzichte van mijnen in Canada of Australië.
● De methode van winning bepaalt de kostenstructuur. Er zijn twee hoofdstromingen:
● De tijd van makkelijke ontdekkingen is voorbij. We zien een fenomeen dat 'Peak Gold' wordt genoemd: de wereldwijde productie lijkt te stagneren. Er zijn sinds 2010 nauwelijks nieuwe Tier-1 ontdekkingen gedaan.
Daarnaast zorgen strenge ESG-eisen (Environment, Social, Governance) ervoor dat het traject van 'eerste boorgaatje' tot 'eerste goudstaaf' gemiddeld 15 tot 20 jaar duurt. In veel westerse landen is het verkrijgen van een vergunning voor een open pit mijn vrijwel onmogelijk geworden. Deze structurele beperking aan de aanbodzijde is een fundamentele drijfveer voor de schaarste verhoudingen en de langetermijnprijs van goud.
Mijnen zijn eindig. De giganten zoals Muruntau en Carlin zullen nog decennia produceren, maar de ertskwaliteit (grade) daalt wereldwijd. Voor de belegger betekent dit dat bestaande, producerende mijnen in veilige jurisdicties steeds waardevoller worden. Goud wordt niet schaarser omdat het atoom verdwijnt, maar omdat het steeds moeilijker en duurder wordt om het uit de grond te halen.